Wetgeving

Beleidsregel 6.3 Verlichting

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.3

Arbeidsplaatsen en de directe toegangen daartoe zijn gedurende de aanwezigheid van de werknemers voldoende en doelmatig verlicht door daglicht, door kunstlicht of door beide, indien is voldaan aan de Nederlandse norm NEN 3087: 'Visuele ergonomie in relatie tot verlichting - Principes en toepassingen', 2e druk, september 1997.

TOELICHTING De norm NEN 3087 geeft de principes van visuele ergonomie en de daarbij betrokken grootheden voor de verlichting benodigd bij de uitvoering van werkzaamheden. De norm is van toepassing op verlichtingsdoeleinden ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden zoals dat in bedrijfsruimten voorkomt. De norm geeft alleen aanwijzingen voor het deel van het spectrum dat te kenmerken is als zichtbaar licht. Lichtsoorten als infrarood en ultraviolet vallen hier buiten.
Voor arbeidsomstandigheden waarbij de visuele taak niet kritisch is, volstaat een oriëntatieverlichting van 10 tot 200 lux. Extra verlichting tot een niveau van 200 tot 800 lux is nodig om visuele taken te kunnen verrichten (inbegrepen bijvoorbeeld administratief werk. De keuze voor een specifiek verlichtingsniveau hangt af van verlichtingsniveaus in aangrenzende ruimten of de aanwezigheid van ramen. Ook combinaties van kleine details en zwakke contrasten kunnen vooral ten behoeve van ouderen er toe leiden dat een hoog verlichtingsniveau binnen deze klasse gekozen moet worden. Bij arbeidsomstandigheden die hoge eisen stellen aan het gezichtsvermogen van de werknemers is het noodzakelijk om speciale verlichting van 800 tot 3000 lux aan te brengen. Dit doet zich vooral voor als het effect van glans of schaduw vermeden of juist opgewekt moet worden (zoals bijvoor-beeld bij minutieus montagewerk of nauwkeurige kleurbeoordeling).
Grote luminantieverhoudingen kunnen leiden tot hinder en concentratieverlies. Voor toepassing van kunstlicht en de keuze van interieurkleuren gelden de volgende vuistregels voor de luminantieverhoudingen: papier-werkblad = 3-1, papier-omgeving = 10-1 (of bij toetreding van daglicht 1-10). Metingen van lichtsterkte en limunatieverhoudingen zijn slechts nodig indien er ernstige twijfel bestaat over het behalen van de norm NEN 3087.van de norm NEN 3087.